SYNTHESE (2.1) Paren van tegenstelling

22-04-2013 19:33

SYNTHESE (2.1) Paren van tegenstelling

 

 

In Synthese (1) werd het belang van het niet verwerpen van de dualistische geest reeds aangeraakt.

Hoe valt dit te rijmen met “ als jullie de twee tot één maken, dan zullen jullie het koninkrijk binnengaan”?

In het relatieve, dagdagelijkse bestaan is een onderscheidende geest van vitaal belang; immers alleen al om het fysieke lichaam te verzorgen is een onderscheiden van wat hiertoe goed en niet goed is bijzonder essentieel.

Evenwel, wat niet goed is als verzorgend element voor het lichaam, is goed in een geheel ander aspect. Alles dient, niets uitgezonderd. Mogelijk heeft de ervaringskunde nog geen specifieke kennis dienaangaande verworven, maar bijna dagelijks ontdekt de ervaringskunde (wetenschap) niet gekende toepassingen, zoals onder andere een bacterie die uiterst fijn stofgoud omzet in klontjes goud of de bacterie die uranium eet en afbreekt.

Alles is de uitdrukking van God, het Zelf.

In de terminologie van de Advaita/Vedanta is de enige echte werkelijkheid van de wereld van de verschijnselen : Bewustzijn ( “.....de enige oorspronkelijke stof van het universum.” (Essentie Ribhu Gita vers 24)). Maar in feite is enige benoeming hiervan niet mogelijk; deze enige echte werkelijkheid is een Onnoembare Werkelijkheid en is aldoordringend en alomvattend.

Iets verwerpen als niet goed is een ontkenning van deze Werkelijkheid en betekent dat er een object of subject buiten deze Werkelijkheid zou bestaan.

 

Dualiteit en non-dualiteit bestaan bijgevolg tegelijkertijd en vormen aldus een onbenoembaar geheel!

Welke benaming zou gegeven kunnen worden aan iets als “goed-kwaad” of aan iets

als “volmaakt-onvolmaakt”? Niet voor niets werd het betreffende hoofdstuk in de syllabus benoemd als “het volmaakte onvolmaakt ik”, op het vlak van gevoelens zijn deze allemaal in een ieder van ons aanwezig.

Hoe de ervaring van Suzanne “dood en toch niet dood” te benoemen?

De Ashtavakra Samhita spreekt in vers 18.83 van:

De wijze mens......vrij van vreugde en leed, is hij noch dood noch levend.”

Maar ook deze niet te begrijpen mystieke taal brengt weinig of geen verheldering, totdat een ervaring als een donderslag bij heldere hemel ons de betekenis als het ware laat voelen.

Het is een zaak van feitelijke ervaring en niet van louter intellectuele kennis” luidt de toelichting bij vers 16.1 van de Ashtavakra Samhita.

Ook het niet bestaan van een eenvoudiger paar van tegenstelling als goed en kwaad moet ervaren worden; elk voorstellingsbeeld schiet tekort.

 

En tegelijk mag de dualiteit van het dagdagelijkse leven niet uit het oog verloren worden willen wij onze binnenmuren niet zwart schilderen of door het rood licht rijden en ons en anderen de das omdoen.

Het is een voortdurende balans tussen twee werelden, die van de relativiteit en de absolute, een dansen op een slap koord dat gedurende lange tijd voor veel verwarring en onzekerheid zorgt.

 

SYNTHESE (2.1) Paren van tegenstelling.pdf (41,4 kB)