SYNTHESE (2.2) Paren van tegenstelling

01-05-2013 04:30

SYNTHESE (2.2) Paren van tegenstelling

 

 

Uit het in de geest bestaan van dualiteit en tegelijkertijd niet bestaan daarvan – zoals in SYNTHESE (2.1) werd uiteen gezet – volgt logischerwijze dat enerzijds individualiteit wordt waargenomen en anderzijds deze niet werkelijk is; ik en de (het) ander(e). Immers is de stelling geldig voor het ene paar, dan ook voor het andere paar.

Van een paar als mooi en lelijk is dit nog begrijpelijk, van goed en kwaad ligt dit reeds veel moeilijker en van ik en de ander wordt het vrijwel onbegrijpelijk. Argumenten zoals deze aangevoerd werden in Spinoza en Advaita (2) en (3) kunnen wel van enige hulp zijn bij het mentaal begrijpen, maar in het dagelijks leven en confrontatie met de ander en het andere botst het gevoel ten volle met het denken.

 

De ervaring die clown Suzanne verwoordt in haar relaas “Dood, leve de clown” (DE CLOWN (10)), is een kostbaar geschenk, dat haar doet voelen zij de clown niet is; met andere woorden : zonder dat er sprake is van gevoelloosheid is de identificatie van “ik ben een clown” - dus ik en het andere – opgehouden te bestaan. Hierdoor is er geen gevoel van verlies, dus geen ervaren van pijn. Pijn en verlies kunnen slechts gevoeld worden als er een vereenzelviging bestaat met een object of subject.

In dit verband zijn enkele verzen uit de Ashtavakra Samhita van bijzonder belang, te weten :

.....De wijze mens leeft zonder het gevoel van “ik-heid” en “mijn-heid” en gehechtheid” (vers 18.73)

Waar zijn voor de wijze mens die standvastig en zonder angst is, duisternis en licht. Bovendien, waar is er enig verlies? Er is niets van wat dan ook.”

(vers 18.78)

.....Vrij van vreugde en verdriet, is hij dood noch levend.” (vers 18.83)

 

Het is voor iemand die dit nog niet heeft kunnen ervaren haast onbegrijpelijk hoe het verlies van een zo essentiële beleving als clown niet als verlies wordt ervaren en dat een dergelijk gevoel niet berust op een gevoelloosheid. Toch moet op grond van de aanwijzingen van de Meesters uit de vier stromingen en de diverse integere getuigenissen, dit aspect niet als ongeloofwaardig terzijde geschoven, maar vastgehouden worden, totdat dit vanuit het inkerend zelfonderzoek stilaan duidelijk en gevoeld wordt.

 

SYNTHESE (2.2) Paren van tegenstelling.pdf (47,6 kB)