SYNTHESE (4.02) Beseffen - identificatie (2)

06-09-2013 20:46

SYNTHESE (4.2) Beseffen – identificatie (2)

 

 

Suzanne, in je relaas “Zaligheid” ( De Clown 7 ) heb je vermeld:

 

hoe ik, in dit eren zonder te eren, de meest essentiële essentie van mijn zijn, mijn wezen eer”.

 

Vormt dit in feite ook niet een identificatie?

 

Zeker en vast. Maar een identificatie met de ware aard, natuur van het wezen dat ik ben. Als ik zeg: ik ben Dat schuilt er nog steeds iets van tweeheid in die uitspraak, een gescheidenheid, ik en Dat. De enige werkelijkheid en benoeming is: Ik ben. In deze schrijfwijze van Ik is ik volledig opgenomen.

In hen voel ik, ervaar ik, weet ik zonder te weten, dat zij Mij zijn ( ook in deze schrijfwijze van Mij is mij volledig opgenomen). Voor mij zijn deze “onvolmaakte” mensen in het geheel niet onvolmaakt.

Soms geheel en al onbereikbaar, in zichzelf gekeerd – dolend of te neer gelegen – zijn zij niet van mij afgescheiden. Zij zijn evenzeer Ik ben. Dit wordt schitterend uitgedrukt in “Donder. Het volmaakt Bewustzijn”:

.....Ik ben de vereerde en de verachte.

Ik ben de hoer en de heilige.

....Ik ben de staf van zijn kracht in zijn jeugd

en hij is de stok van mijn ouderdom.

.................”

Ben ik Ik, dan zijn zij evenzeer ik,Ik.

Dat voel ik.

Er is geen mededogen in mij jegens hen; waarom ook als ik hen voel alsof zij mij zijn. Zij zijn onveranderlijk gebleven, ook al zegt men ervan dat zij dement zijn.

Ook weet ik zeker dat er eerst het gevoel was, dat stilaan sterker werd en ik dan daardoor mij er van bewust kon worden en ging benoemen.

Het is dus een identificatie, maar niet van een clown of Suzanne of om het even iets of iemand; op die momenten is er zelfs geen clown of Suzanne. Het is zuiver een voelend zijn, het denken is dan weg”

 

Het denken is dan weg. In extremere situaties zien wij dit occasioneel gebeuren, bijvoorbeeld bij een redder in een noodsituatie. Maar dit kan dus ook voortkomen uit een attitude, zoals bij Suzanne, maar is nog steeds van een occasionele aard. Op diverse plaatsen in de geschriften van de Advaita wordt gewag gemaakt van het denken los te laten, dus hierin te komen tot een duurzame houding.

.....Het offer van het denken is het totaal van alle heilige offers.....” (vers 24 Essentie van Ribhu Gita; gebaseerd op de meer poëtische Tamil versie van de Ribhu Gita).

.....Het opgeven van het denken doet mij zodoende standvastig blijven (in het Zelf)” (vers 12.7 Ashtavakra Samhita).

Hoofdstuk 15 van de oorspronkelijke Ribhu Gita (Sanskriet versie) bevat tal van verzen betreffend de relativiteit van het denken. Kernachtig is vers 15.13:

Denken, inderdaad, is de wereld van de verschijnselen. Denken, waarachtig, is de vervuiling. Denken, heus, is allemaal onbewustheid. Denken, werkelijk, zijn de gevoelens en zo.”

 

Denken kan inderdaad een onderscheid maken tussen een voelend zijn van clown Suzanne en het voelend zijn van de mens met dementie. Voor Suzanne maakt dit onderscheid niet uit, het is van een betrekkelijk niveau – het denken – waar op het niveau van het hart geen onderscheid is; daar is geen ik en de ander.

 


SYNTHESE (4.02) Beseffen - identificatie (2).pdf (58,4 kB)