SYNTHESE (4.04) Beseffen - voelend zijn (1)

14-09-2013 09:30

SYNTHESE (4.4) Beseffen – voelend zijn(1)

 

 

Wat is juist een voelend zijn, een denken dat weg is?

Suzanne verduidelijkt dit met haar hierna volgende ervaring:

 

Ik was als clown aanwezig op een evenement voor mensen met zware mentaal beperktheid; verkleed als clown had ik alleen mijzelf, een pluchen olifant als knuffel en een parapluutje waarvan de steel eindigde in een beschilderd klein kopje van een clown, dat met een stalen veer aan de steel vast gemaakt was en aan het kopje zodoende een licht trillende beweging gaf; een klein rood bolletje was zijn neusje. Ik draaide de paraplu om, zodat ik het trillend kopje voor kan houden en langzaam aan, héél langzaam aan naar het gezicht kan laten gaan. Als betoverd en roerloos staat hij daar, de ogen gericht op het kopje en met een, blijde verwachtende glimlach, die zich verbreedt als het neusje zachtjes tegen het puntje van zijn neus tikt of daar op ronddraait. Zacht glijdt het kopje langs zijn neus, over zijn wangen, naar de oren...het neusje kruipt in het oor.... nog altijd roerloos en een en al glimlach.....terug over de wangen, naar de ogen....omlaag naar de lippen.....en hij kust het kopje! Weer ....en weer!

Ook ik ben een en al aandacht in het waarnemen van wat er zich in hem afspeelt en op zijn gezicht weerspiegeld wordt; elke verandering daarin is van groot belang, omdat hij zo kwetsbaar dicht bij zijn gevoelens leeft, juist als de mens met dementie.

Zowel bij hem als bij mij is er een totale aandacht en voelen; voor mij is er dan geen denken, alleen waarnemen wat zich aandient. Dat is alles”.

 

Het is dus een toestand van zijn, waarbij clown, attribuut en de ander zich één voelen, een toestand die creatieve mensen dikwijls kunnen ervaren bij hun scheppingswerk.

In zijn voorwoord bij 'Zen in de kunst van het boogschieten' zegt D.T. Suzuki hiervan: “de mens is een denkend wezen; maar zijn grote werken worden volbracht als hij niet denkt en rekent”.

Op zulke momenten komt het ware Wezen in de mens naar buiten; 'de Meester' zegt de leermeester van het boogschieten.

Hoewel het gehele universum vervat is in en bestaat uit het Zelf is dit kunnen ervaren van het ware Wezen wellicht het grootste voorrecht dat de mens op de overige verschijnselen van het universum vermag hebben.

Op deze momenten denkt de mens en denkt toch niet, dan handelt de mens en handelt toch niet. Dan is hij Zijn penselen en verf (DE CLOWN (10)) , waarvan na volbrenging van het grote werk veelal de mens ten onrechte zegt: dat heb ik verricht.

Maar als diezelfde mens vervolgens bewust deze toestand tracht op te roepen en opnieuw een groot werk te volbrengen, dan faalt hij jammerlijk.

Het ware Wezen wordt slechts waarneembaar als het ik - het bewuste denken en handelen - zich terug getrokken heeft in een totale overgave en aandacht.

 

SYNTHESE (4.04) Beseffen - voelend zijn (1).pdf (60,4 kB)