SYNTHESE (4.05) Beseffen - voelend zijn (2)

16-09-2013 16:46

SYNTHESE (4.5) Beseffen – voelend zijn (2)

 

 

In SYNTHESE (3.19) en (3.20) de intieme dood respectievelijk Sisyphus is het aspect voelend zijn duidelijk aanwezig.

In de relatie met onszelf en naar de ander is dit van eminent belang : het niet gehinderd zijn en worden door een denkend, oordelend brein, dat de ruimte waarin handelen of aanwezigheid vereist is afgrendelt door gedachten en gevoelens die niet ter zake zijn. En naarmate de vereiste ervaring voortschrijdt kan zelfs elk denken achterwege blijven, zodat de aandacht volkomen en alleen gericht kan zijn op de handeling of aanwezigheid. Op zulk een moment is een bewustzijnstoestand bereikt die boven de normale toestand uitgaat en kan gekomen worden tot prestaties van een onaardse kunde of schoonheid.

 

Deze openheid, ruimte heeft niet alleen een grote impact op de betrokkene – het subject - maar een evenzo grote invloed op het object. De gescheidenheid is opgehouden te bestaan (“Wat een zaligheid” uit De Clown 7). Op zulk een moment is er geen dementie, geen ander, geen ik. Het is een moment waarvan – indien men daarvan getuige mag zijn – de rillingen over het lijf gaan.

 

Uit deze totale openheid ontstaat een volledig intuïtief handelen, dat juist is. En mochten er nadien toch twijfels hieromtrent rijzen, dan zal daarna blijken dat deze twijfel steeds ongegrond is. De integriteit van subject en handeling wordt niet in twijfel getrokken; anders dan wanneer het ego erbij betrokken was. Dit sluit evenwel niet uit dat er door anderen een misbruik – ongeacht in welke hoedanigheid – van gemaakt kan worden of een verkeerde interpretatie aan gegeven.

 

Het ervaren van dit voelend zijn laat zich niet beschrijven; het gaat voorbij denken en verwoorden, zoals met alle intens beleefde gevoelens.

Deze onmogelijkheid om tot een heldere verwoording te geraken komt op iedereen die niet de weg kan of wil bewandelen en dus deze ervaring niet kent vreemd, ja haast ongeloofwaardig over.

Maar dit is het geval met élk gevoelen dat men (nog) niet zelf ervaren heeft. Men weet niet wat 'jaloers zijn op' is als men niet zelf jaloers geweest is; men weet niet wat het betekent object van jaloersheid te zijn als men nooit daarvan het slachtoffer is geweest. Of haat als men niet gehaat heeft of gehaat is. En daarnaast is erbinnen elk gevoelen een eindeloos scala van individuele gradaties, zodat elke verwoording subjectief en ontoereikend moet zijn.

Boeddhisme, Spinoza en Advaita volgen heel sterk het pad van de ratio. Hoe rationeler en meer mentaal de ingesteldheid hoe moeilijker deze Rubicon over gestoken kan worden.

Op een zeker punt moet aan deze ratio voorbij gegaan worden om het domein van het intuïtieve en voelend zijn te kunnen betreden; alle grote meesters wijzen hierop en talrijk zijn de betrouwbare getuigenissen hier over. En onverbloemd zegt de Ribhu Gita :

Het offer van het denken is het totaal van alle heilige offers” (vers 24)

en :

....de rusteloze geest te verstillen tot helderheid. Aldus onthult het Zelf zich natuurlijkerwijze als de absolute essentie van het wezen van de vereerder.” (vers 14)

 


SYNTHESE (4.05) Beseffen - voelend zijn (2).pdf (37,1 kB)