SYNTHESE (4.07) Beseffen - (h)erkennen

23-09-2013 20:12

SYNTHESE (4.7) Beseffen – (h)erkennen

 

 

 

Arnold schreef :

 

Opnieuw draaiden mijn gedachten rond de situatie met Gerard en plotseling zag ik hierin het hypocriet patroon : enerzijds mijn afwijzen en anderzijds mijn stil begeren. En nu al schrijvende zie ik ook het daar onderliggend gevoelen van een hoogmoedigheid!

De reflecties van Jos Stollman bij logion 25 van het Thomas-evangelie brachten mij op het spoor. 'Dóór je broeder kijk je naar jezelf, hij leert je zoveel over wat je in jezelf afwijst en verdringt.'

 

Een ontnuchterende vaststelling, bijna voelbaar als een desillusie, mij haast als het ware gedwongen hebben tot bescheidenheid – ingeprent door opvoeding. En dus altijd gedacht hebben bescheiden geweest te zijn. Een teleurstelling, een beeld aan gruzelementen.

Wat een verschil tussen weten dat je alle denkbare deugden en ondeugden bezit en het ervaren ervan, in het bijzonder na het eerst bij de ander veroordeeld te hebben. Zo zou een ander ook naar mij kunnen zien en oordelen. Het is om er stil van te worden.

 

Nu ik een aantal jaren later terugzie op wat ik eertijds geschreven heb kom ik tot de vaststelling dat ik mij niet of nog nauwelijks bewust ben van het aspect bescheiden zijn; het lijkt wel of dit in mijn houding geen enkele rol meer speelt. Toch is het aangewezen steeds alert te blijven; een vos verliest wel zijn haren.....”

 

Er zijn heel wat belangrijke aspecten in dit relaas van Arnold.

Het lijkt wel of dit in mijn houding geen enkele rol meer speelt.' luidt zijn ultieme vaststelling. Vermoedelijk is door het herkennen en erkennen van zijn 'ondeugd' een natuurlijk aanvaarden van het dualistisch aspect nederigheid versus hoogmoed tot stand gekomen. Een duidelijke hint vinden wij in de Tao Te Tjing 38 :

Hoge deugd is geen deugd.

Daarom juist deugd.”

Dit wil niets anders zeggen dan dat bij ware deugd er geen besef is van een deugd(zaamheid); men is gewoon zo. Dit wordt duidelijk verwoord in een 14e eeuws

mystiek werk ' De wolk van niet weten' :

Op zichzelf is nederigheid niets anders dan een ware kennis en een waar bewustzijn van zichzelf zoals men werkelijk is.” (Paragraaf 13)

 

Andere belangrijke aspecten in Arnolds tekst zijn : het herkennen en het erkennen.

Het herkennen begint met het zich toekeren en objectief onderzoeken van wat zich heeft aangediend. Dit vraagt naast de bereidheid om een netelige kwestie onder de loep te nemen en een zekere dosis moed, ook de ingesteldheid dit op een strikt rationele basis, als een getuige van zichzelf uit te voeren. Uit ervaring van velen blijkt dat deze analyse het best al schrijvend tot stand komt, omdat het schrijven de nodige afstand ten opzichte van de eigen en dikwijls dooreen buitelende gedachten schept en de noodzakelijke aandacht sterk doet focussen op het onderwerp. Juist door deze focus kan het intuïtieve inzicht opflitsen.

Ook het erkennen vraagt de nodige zelfoverwinning; het spreekt immers niet van zelf om een zelfbeeld aan “gruzelementen” te doen gaan. Toch is dit noodzakelijk, want het gevormde zelfbeeld is een droombeeld gebleken, opgebouwd uit conditioneringen en percepties.

Dat het herkennen en erkennen bijgevolg met de nodige pijn gepaard gaat zal duidelijk zijn; hoe steviger de overtuiging des te pijnlijker is de ontluistering. Maar ter wille van 'ware kennis en een waar bewustzijn van zichzelf' zegt de auteur van 'De wolk' in paragraaf 14 : “ span daarom op alle mogelijke manieren al je krachten in om jezelf te leren kennen en ervaren zoals je werkelijk bent”

Een volmaakt “onvolmaakt” wezen.

 

SYNTHESE (4.07) Beseffen - (h)erkennen.pdf (57,6 kB)