SYNTHESE (4.13) Beseffen - kruistocht (1)

14-10-2013 20:20

 

 

SYNTHESE (4.13) Beseffen – kruistocht (1)

 

 

Soms kan vanuit de literatuur de indruk gewekt worden dat het ego zo krachtig mogelijk bestreden dient te worden. Soms wordt zelfs gewag gemaakt van vernietigen; tenietdoen is een nog ietwat veilige bewoording. Is het ego wel een te overwinnen vijand? Is het noodzakelijk zich hier als een oprechte kruisvaarder tegenover op te stellen?

 

Het ego – zelfs onbenoemd in het nog niet ik-bewustzijn – is ten nauwste verbonden met de energie die streeft naar instandhouding en ontplooiing, conatus of karma (oorspronkelijke betekenis ; zie hiervoor Advaita en Wetenschap (7.4).

Duidelijk is te zien hoe bij een klein kind nog zonder een ik-bewustzijn, dit ego zich te weer stelt; eerst in een latere fase wordt dit ik-besef ontwikkeld, misschien zelfs louter en alleen door middel van conditionering. Het ego en ik worden tot één geheel gesmeed.

Het bestaan van een ego is een zuiver element onder alle verschijnselen – modi – van de ons bekende wereld. Om een klassieke uitdrukking te gebruiken: inherent en deel van het geheel van de schepping.

 

Hoe kan er op een verschijnsel ego een begrip goed of kwaad of het equivalent van heilzaam of niet heilzaam worden toegepast, zodanig dat het idee van vijand en vernietigen ontstaat? Goed en kwaad zijn slechts menselijke begrippen, die voorwaardelijk onder tijd en plaats bij consensus van toepassing zijn. Geldt dit niet evenzeer voor een meer eeuwig, maar toch altijd nog tijdelijk fenomeen als ego?

Wijst het willen of wensen van een tenietdoening van het ego juist niet op het bestaan van een uiterst levendig ego?

 

Als ik ben en niets meer wil

alles wordt zo eenvoudig

......”

Heeft het ego zoals alles in het universum een dubbel aspect : dat wat geldt in het relatieve bestaan en dat in het absolute?

Hiervoor zijn er diverse aanwijzingen :

In het voorwoord van de Avadhuta Gita (blz. 4) :

....een ego dat echt noch onecht is, maar bestaat als uitvloeisel, ontplooiing van het

Maya.”

 

Uit een citaat van Sri Ramakrishna :

 

Slechts in die confrontatie met de omringende wereld vindt de toetsing plaats van

'zonder ik'. De Onnoembare openbaart zich d.m.v. Maya zonder welke het

verwerven van verlichting niet mogelijk is; buiten deze scheppingskracht bestaat er

geen ander middel om zijn wezen te doorgronden. De hoogste realiteit en zaligheid

kan slechts m.b.v. Maya worden veroverd; zij vormt de oorzaak van

vergankelijkheid en dualiteitsbeleven, buiten maya verliezen deze begrippen elke

grond.”

Opmerking : de oorspronkelijke betekenis van maya is kracht, energie, dus in de zin

van conatus, karma, het blijkt hiervoor uit het woord scheppingskracht.

 

In de Essentie van Ribhu Gita verzen 41/42 :

 

...alle namen en vormen en alle mentale begrippen..... zijn alleen vormen van het

denken.”

 

In de Avadhuta Gita vers 7.7 annotatie :

 

...het ego sterft ( lees : dooft uit) bij het besef van de Waarheid.”

 

De enige noodzakelijke activiteit is dus beseffen wie men is en terecht merkte de

Boeddha op dat onwetendheid, verlangen en afkeer de grootste zonden waren.

Heel helder geeft ook Ramana Maharshi aan dat het enige wat nodig is 'vichara', het

zelfonderzoek is.

Hiervan uit neemt een natuurlijk proces een aanvang dat het ego op een eveneens natuurlijke wijze doet uitdoven, echter op een moment dat niet door het ik bepaald wordt (zie annotatie bij vers 7.11 Avadhuta Gita); hetgeen erop wijst dat het zich onttrekt aan elk willen van het subject.

Er is geen vijand, iets verwerpelijks of kruistocht noodzakelijk

Als je weet wie je bent houd je langzaam op te zijn wie je niet bent.

 

SYNTHESE (4.13) Beseffen - kruistocht (1).pdf (47,4 kB)