SYNTHESE (4.14) Beseffen - kruistocht (2)

25-10-2013 13:30

SYNTHESE (4.14) Beseffen – kruistocht (2)

 

 

In Synthese (4.13) Beseffen – kruistocht (1) werd de vraag gesteld of het ego zoals alles in het universum niet een dubbel aspect heeft, namelijk in het relatieve bestaan en in het absolute.

Wellicht dat deze vraag volmondig met ja beantwoord dient te worden.

 

In de Essentie van Ribhu Gita wordt in vers 60.6 gezegd :

Waarlijk, ik ben datgene wat wordt gedacht en gezien (lees : het relatieve

universum ), ik ben de getuige die slecht uit Bewustzijn bestaat (lees : het Absolute)

Ik ben zowel het 'zijn' (lees : het relatieve universum) als het 'niet-zijn' ( lees: het

Absolute).”

Het ego is én is dus niet, niet dit én niet dit (neti neti ). Een verschijnsel dat behoort tot het zijn én behoort tot het niet zijn.

Met de zintuigen nemen wij dit waar en toch is dat waargenomen verschijnsel niet de echte werkelijkheid.

Dit dubbele aspect wordt ook verwoord in de Avadhuta Gita met o.a. in vers 3.8 de volgende zinnen :

Mijn kind, Ik ben niet moeilijk waar te nemen noch verborgen in dat wat is

waargenomen. Mijn kind, Ik ben niet verborgen in mijn meest nabije vormen.”

 

De annotaties bij vers 1.41 van de Avadhuta Gita verduidelijken dat er alléén Licht en Bewustzijn zijn; beide kunnen niet echt in woorden gevat worden ( zij zijn slechts indirect waarneembaar) hoewel dit uiteindelijk voor alle verschijnselen en begrippen van toepassing is. En de annotatie bij vers 3.5 ibid doet dit nog eens dunnetjes over door te stellen : “....het is zelfs niet mogelijk het Zelf te beschrijven in diens waarneembare aspecten (lees :het relatieve universum), omdat gedachte of taal zelfs de verschijnselen slechts in hun oppervlakkige aspecten kunnen omvatten. In hun diepere aspecten zijn verschijnselen....daarom onbeschrijfbaar.”

 

Beide aspecten zijn dus in feite geheel en al onbenoembaar!

Met andere woorden de echte wezenlijkheid van elk object – materieel of niet materieel – kan niet bevat worden; het is niets anders dan een begrip bij conventie vastgesteld ten behoeve van communicatie. Een aspect dat de Boeddha in zijn Diamant Sutra meermaals herhaald.

Elk object wordt alléén door het denken waargenomen, oordelend én benoemend, óók in een voelend aspect.

Een object kan niet buiten de geest worden waargenomen; zodra getracht wordt een object zonder enig benoemen of oordelen waar te nemen bestaat het niet langer. Dit is ook de kern van Suzanne haar ervaren in 'Buitenspel' ( De Clown 5). Geen gedachte, geen pijn, geen paniek (en ook geen boom bijvoorbeeld).

Dit kan door een eenvoudige oefening worden vastgesteld : zie bijvoorbeeld naar een boom en tracht deze te blijven waarnemen zonder énig oordelen of benoemen. Er blijkt alleen maar een boom te bestaan indien gedacht wordt 'maar ik zie toch een boom of ik voel de energie van die boom'

 

Terecht wordt o.a. in de Essentie van Ribhu Gita vers 78 gezegd :

Er is geen wereld buiten de geest. Wat verschijnt als de wereld ( lees : de boom!)

is slechts de geest. Als deze geest onderzocht wordt blijkt het niet meer te zijn dan

een geheel van denken, gedachten gebaseerd op de primaire gedachte van 'ik ben

het lichaam' (lees : 'maar ik zie toch een boom!') genaamd het ego. Als dit ego – ik

en diens identiteit – onderzocht wordt, wordt het zonder enig spoor verzwolgen in

het zuivere Bewustzijn-Zelf.”

 

Elk object – ego, pijn, paniek of boom – dat in zuivere aandacht, dus niet oordelend of benoemend wordt waargenomen komt niet tot bestaan of lost op! Komt niet tot bestaan of lost op : heeft er dan ooit iets bestaan behoudens bewustzijn?

Waarom dan een kruistocht tegen dat wat door inzien, beseffen, op natuurlijke wijze gewoon ophoudt te bestaan?

Het is hallucinerend, een punt waarbij de grens van het rationele bereikt lijkt te zijn. Een punt waarbij nogmaals en soms meer dan eens het rationele traject overlopen gaat worden, om terug tot dit punt te geraken. Het punt waar voorbij de verstilling begint en de eenwording met het object en tot een voelend zijn gekomen wordt of de meester in het boogschieten zegt : “Het schiet”.

Het punt waarbij Luk Heyligen zegt :” Als ik ben en niet meer wil....alles wordt zo eenvoudig.” (Het Wonderlijk Lichaam 5)

 

Dit al is magie, als een luchtspiegeling in de woestijn. Slechts het absolute Zelf, van ondeelbare en ondoorgrondelijke vorm, bestaat.” (Avadhuta Gita vers 7.13)

 

SYNTHESE (4.14) Beseffen - kruistocht (2).pdf (55,1 kB)