SYNTHESE (4.15) Beseffen - masker

28-10-2013 20:14

SYNTHESE (4.15) Beseffen – masker

 

 

 

Suzanne :

 

Aanvankelijk niet, maar nu zou ik kunnen optreden zonder de rode neus, maar dit

kleinste maskertje laat alle maskers vallen.”

 

De clown wordt gezien als een archetype. Voor Jung een van de onbewuste, universele patronen van ideeën, iets waarin wij onszelf geheel onbewust herkennen.

Maar wat gebeurt er bij deze herkenning, wat gebeurt er met de clown en met de toeschouwer?

Het maskertje bevrijdt zowel de clown als de toeschouwer van alle maskers van het artificiële zelfbeeld!

Niet voor niets staat van oudsher de clown, nar of joker als symbool voor bevrijding, in het bijzonder van een mystieke transformatie, het beseffen dat men een geestelijk wezen is.

Maar ook zonder deze ultieme transformatie gebeurt er een niet bewust beoogde transformatie : het loslaten van alle over zichzelf gevormde ideeën en percepties en zich even een bevrijd wezen voelen. Voor een korte tijd is zonder enige kruistocht ( zie Synthese 4.13 en 4.14 ) het ego geheel opgelost.

 

Suzanne :

Maar omdat wellicht niet iedereen bij het zien van een clown zonder rode neus zijn maskers kan laten vallen, houd ik mijn rode neus op.”

 

Het merkwaardige is dat kleine kinderen eerder met grote terughoudendheid reageren op een clown, maar dit is niet anders dan tegenover de meeste niet vertrouwde dingen. Maar ook hebben zij nog geen maskers opgebouwd, geen zelfbeeld.

Het wijst erop dat dit alles aangeleerd is en dat men veilig de poorten van zijn zelf gebouwde burcht kan open zetten. Want om ons zeker, veilig en goed te voelen omringen wij ons met muren en kleden wij ons in maskers.

In de ontmoeting met de rode neus kan de clown én de toeschouwer zonder schaamte en zonder angst zijn klederen afleggen zoals kleine kinderen ( vrij naar logion 37 van het Thomas-evangelie).

 

Uit het gedicht van Luk Heyligen 'Op de hoogvlakte' het volgende :

 

Waar niet langer moet gedaan alsof,

niets verzwegen, niemand onverwacht,

allen verwonderd zich beleven.

Waar niets nog langer zich schuilen moet,

niets verweten, niemand afgezwakt,

ieder zich wonder weten mag....”

 

(Zie HET WONDERLIJK LICHAAM (10)

 

In tegenstelling tot de tijdelijke ontmoeting met de clown, doet het kennen van het zelf, het beseffen wie men is, stilaan teniet wie men niet is; opent de poorten van de burcht van het zelf gebouwde en geconditioneerde zelfbeeld. En kan gekomen worden tot :

 

.....ontdaan van hun verhullende lagen

of lichter bewegen alsof geen dansers

meer, slechts bewogenheid uit zichzelf geboren....”

 

(Zie ibid)

 

Waarom weent u, o geest? U, het Zelf, weest het Zelf door middel van het Zelf. Drink, mijn kind, de suprême nectar van non-dualiteit, alle delingen overstijgend.

(Avadhuta Gita, vers 1.56)

 

Slechts bewogenheid, een onbewogen bewogenheid , een volkomen open burcht, ruimte, waarin niets of niemand uitgesloten.

 

SYNTHESE (4.15) Beseffen - masker.pdf (54,8 kB)