SYNTHESE (4.16) Beseffen - kwetsbaar

08-11-2013 19:30

 

 

SYNTHESE (4.16) Beseffen – kwetsbaar

 

 

 

Durven wij kwetsbaar te zijn, zonder maskers, zonder kleren zoals in Synthese (4.14)

werd geduid? Durven wij ons wagen buiten de veilige omgeving van een “rode neus”?

Dit is niet vanzelfsprekend. De omgeving kent ons niet en zelfs in een intiemere relatie kan er een onterechte machtsverhouding gaan ontstaan, omdat de naaste(n) hier niet mee weten om te gaan. En een uiterlijk symbool – de rode neus, een soutane in een of andere kleur – dat onze kwetsbaarheid voor de buitenwereld zichtbaar kan maken is minder opportuun.

Overigens, als de kwetsbaarheid, de naaktheid nog niet volledig is, vormt dit uiterlijk symbool niet in feite weer opnieuw een masker? Wat baten symbolen, kleren, als de naaktheid niet zó natuurlijk is, dat er geen besef meer is van naaktheid?

 

En tegelijkertijd is er in ieder van ons het diepe onbewuste verlangen die maskerade te kunnen achterwege laten. Dit proces kan goed waargenomen worden bij het ouder worden. Er komt hoe langer hoe meer een wegvallen van belangen waardoor de noodzaak van het bijbehorend masker ook komt te vervallen. En men begint zich ook daar naar te gedragen. Hoe langer hoe meer komt de wezenlijke structuur van de oudere mens naar buiten, als een kale boom in de wintertijd. Maar dit is geen bewuste keuze, eerder een natuurlijk gevolg van een veranderde situatie, een haast instinctief gedrag.

 

Onder het archetype, het oertype van de clown schuilt een nog dieper “weten”: een verlangen volmaakt jezelf te zijn, wie je bent. De essentie hiervan bestaat uit drie aspecten :

een “wetend” verlangen, een oerverdriet;

in een louter, zuiver zijn te mogen existeren;

zoals men voelt, weet, dat men werkelijk is, als in een voelend en ontkennend

weten wat men nu is.

In tegenstelling tot bij het ouder worden kan hierbij een bewuste keuze gemaakt worden.

 

De Dhammapada – toegeschreven aan de Boeddha – vermeldt in vers 165 dat men uitsluitend en alleen zichzelf kan zuiveren. De cirkel is hiermee weer rond ; opnieuw bij onszelf. Het kennen van zichzelf, zich tot op het bot doorgronden, leidt tot een spontaan en bijzonder natuurlijke gang van zaken in dit zuiveren en het stilaan achterwege laten van maskers. Hierbij is op geen enkele wijze sprake van iets als “je moet of je moet niet....”. Ook is het gebruik van enige vorm van mantra – bijvoorbeeld : “ ik mag mij kwetsbaar opstellen” geheel overbodig, zelfs te ontraden, daar het een subtiele vorm is van conditionering, die vroeg of laat tegen zijn grenzen

botst en kraakt.

Trouwens het zuiveren mag in het geheel niet gepaard gaan met afwijzen; afwijzen duidt op iets beschouwen als niet goed of kwaad, begrippen die geen enkele objectieve grondslag hebben (zie o.a. Spinoza en Advaita (1) en (4). Vanuit het intens waarnemen van al wat gedacht of (niet)verricht wordt, ontstaat het nalaten of juist wel doen wat nodig is, zonder het te beschouwen als iets dat goed of niet goed is. In deze context kan het mogelijk zijn om op het ene moment een verrichting uit te voeren en deze op een ander moment na te laten, zonder dat in beide gevallen een 'gewetensconflict' ontluikt.

 

Het is van cruciaal belang dat de geest door alleen inzien tot besef komt en niet door een (zelf) opgelegde dwang, omdat alleen hierin een overtuigde en blijvende verandering geworteld kan zijn.

Slechts een op een dergelijke manier zich veranderende geest gaat zich niet kwetsbaar weten en is daardoor voorbij de kwetsbaarheid tot onkwetsbaarheid geworden. Het is voor de clown Suzanne geen van geen enkel belang meer of zij nu speelt met of zonder rode neus.

 

Drink, mijn kind, van de suprême nectar van de non-dualiteit” (vers 1.56 van de Avadhuta Gita)


SYNTHESE (4.16) Beseffen - kwetsbaar.pdf (36,5 kB)