SYNTHESE (5.01) (G)EENHEID

13-12-2013 19:56

 

 

SYNTHESE (5.01) (G)EENHEID

 

 

 

Deze ietwat wonderlijke benaming beoogt tot uitdrukking te brengen dat de essentie (Spinoza's substantie) van elk verschijnsel onnoembaar is; een equivalent van Dat, God, het Zelf, Bewustzijn, Neti-neti. En dat elk verschijnsel niets anders en zuiver en alleen is dan dat.

Het is niet iets, maar ook niet niets.

In vers 1.15 van de Avadhuta Gita wordt dit zo verwoord :

Eenheid en gescheidenheid bestaan niet met betrekking tot u noch tot mij.”

Zou er sprake zijn van 'u en Ik zijn één', dan brengt men daarmede tot uitdrukking dat er twee subjecten in het spel zijn. Er is echter slechts één subject, het Ik, dat alles omvat en alles doordringt. Dit betreft zowel de materie als het bewustzijn, dus ook de beide aspecten van de mens, lichaam en geest. Deze zienswijze van de Advaita wordt meer en meer gedeeld door de adepten van Spinoza, hetgeen ook blijkt uit de publicatie in de blog van 'Spinoza in Vlaanderen' dat grotendeels geciteerd is in Spinoza en Advaita (13).

 

Als lichaam en denken op één en dezelfde substantie berusten vraagt de logica deze substantie als bewustzijn te definiëren, immers alvorens er denken kan zijn, moet er bewustzijn aanwezig zijn. Een pasgeborene denkt niet, maar beschikt wel over een bewustzijn om de basale gevoelens te kunnen waarnemen (honger, koude, aangenaam en onaangenaam).

 

Ook op het niveau van het lichaam – de materie – is er bewustzijn; onder andere in Synthese (3.08) en Advaita en Wetenschap (8) werd duidelijk gemaakt dat cellen weten, dat er een celbewustzijn is. Dat er dus alleen bewustzijn is dat alle vormen aanneemt, zoals Ramana Maharshi zegt, is dan bijgevolg allesbehalve denkbeeldig. Dan is de mens in zijn wezenlijkheid geen dualistisch wezen, maar in zijn totaliteit een onnoembare uitdrukking van een onnoembaar ZIJN, ZELF, één en al BEWUSTZIJN.

 

En als dit geldig is voor één uitdrukking, één modus, dan is dit geldig voor alle uitdrukkingen, zonder enige uitzondering.

In Advaita en Wetenschap (13) werd een korte schets gegeven van de uitermate sociale en bewustvolle gemeenschap van bonobo's. Als het mogelijk is voor primaten een sociale en empathische gemeenschap te creëren zonder enige vorm van religie of opperwezen dan dienen er vragen gesteld te worden bij de diverse huidige gemeenschapsvormen van de mens (die evolutionair eveneens tot de primaten gerekend wordt). In de vier filosofieën die het uitgangspunt vormden voor de reeks Synthese ligt mogelijk daarop een antwoord besloten, daar deze geen van alle (mits Jezus als de esoterische Jezus beschouwt en niet als de grondlegger van een religie) een beroep doen op een religie of regulerend Opperwezen. De grondslagen voor dit mogelijke antwoord zijn samengevat in Synthese (1).

Voor al wat leeft, beweegt en is zou dan nogmaals uit het gedicht van Luk Heyligen (zie Synthese 4.19) kunnen klinken:

 

 

niets kan verhoogd, niemand kan verlaagd,

bestaan is 't bewijs van waardigheid “

 

SYNTHESE (5.01) (G)EENHEID.pdf (38,7 kB)