SYNTHESE (5.09) (G)EENHEID - Wonderkind (2)

27-01-2014 20:16

 

 

SYNTHESE (5.09) (G)EENHEID – Wonderkind (2)

 

 

Uit Synthese (5.02) :

Indien elke uitdrukking een manifestatie is van het Onnoembare Zijn, Bewustzijn, hoe zou deze uitdrukking ultiem zichzelf kunnen bevatten? Alleen het zijn beleven in alle aspecten die zich aandienen zou dan als relevantie blijven.”

 

Als een kind het beleven van alle aspecten betekent de schoonheid van het worden én de pijn van het verworden beleven. Maar zowel schoonheid als pijn duiden op een subjectieve kwalificatie en een zich toekeren naar het ene en het afkeren van het andere; een klein kind leeft en beleeft in verwondering het zijn, zonder enige toekenning van kwaliteit.

Het waarom van het Bewustzijn dat zich manifesteert in een eindeloze cyclus van worden en verworden is een vraag van een subject dat zich zelf blijft zien als een object, een uitdrukking van dat Bewustzijn en voorbij gaat aan dat wat het werkelijk is : een wonder van bewustzijn. De cyclus van worden en verworden is een onlosmakelijk deel, inherent, aan het karma (in de zin van energie) of conatus. Een energie die zelf onveranderlijk en ondeelbaar blijft.

....ik heb miljoenen lichamen waar ik in kan leven! Ik ga, ik ga met niets in mijn bezit.” zo luidt het in Swami Ram Tirth's hymne. “ O dood, ga voort en raak mijn lichaam.”

In alle openheid, als een kind, ziet Ram Tirth naar de zich aankondigende dood, nodigt hem uit vanuit het besef niet dit vergankelijk lichaam te zijn, maar datgene dat dit lichaam deed ontstaan en alle andere (levens)vormen.

 

Heel mooi sluit dit aan bij het gedicht van Luk Heyligen “Grenzeloos” :

 

Grenzeloos

 

Men zegt dat ik grenzen overschrijd

Welke grenzen....?

Wijs mij de grenzen!

Ik zie geen grenzen

Ik zie één groot, groots,

wonder, wonderlijk

lichaam.

Waarin mensen en dieren bewegen

en sterren en kometen

en bloemen en bomen

en kinderen spelen

en bladeren vallen

en woorden zich schrijven

en klanken zich vormen.

 

Waar is de grens?

Ik zie geen grens.

Natuurlijk, dit tijdelijk standpunt

is beperkt in tijd en ruimte

Maar een venster is het huis niet

nog minder de bewoner van het huis

Deze tijdelijkheid, dit hier en nu bestaan

is waar doorheen mijn wezenlijkheid

zichzelf beschouwt, zich ziet

En ik zie één groot,groots

wonder, wonderlijk

lichaam

Waarin leven en sterven zijn

als een eb en vloed

Waarin mensen en bloemen groeien

en bloeien en schoon zijn

schoon als wind en water

en 't stof van sterren

dat de ruimten kruist

en woorden die van ver

van zo ver opborrelen

en klanken en 't bewegen

dat nimmer zal eindigen

noch ik, noch jij, in jouw

eeuwig grenzeloze zijn.

 

Arnold en Suzanne : “ In dit mogen meebeleven van het verworden en het sterven ligt het opperst moment van ons leven, van ons zijn; daar ligt voor ons het eren zonder te eren de Essentie van ons zijn. Of het ook zo mag zijn in onze eigen verwording en sterven is een vraag die niet beantwoord kan en mag worden, maar wel in stilte leeft. Belangrijk is in ieder geval zo bewust mogelijk het ouder worden te ervaren en deze bewustheid te integreren in dat ervaren. De woorden van Swami Ram Tirth en Jung weerspiegelen dat.” (Zie Synthese 5.08)

 

Uit de poëtische “stervenshymne” van Swami Ram Tirth de volgende zinsneden die als een spiegeling zijn van het gedicht “Grenzeloos” :

 

Ik ben de lichtvoetige wind die verder loopt in extase...de altijd verglijdende vorm die voortgaat als de tijd....door mij zong de nachtegaal haar wijsjes; ik klopte op deuren en liet de slapenden ontwaken, terwijl ik de tranen van de een droogde en de sluier van het gezicht van de ander wegblies.....Ik zal mij kleden met de gloed van de maan, met de nevel van ragfijne zilverdraden.....” ( uit: Waardig Heengaan; uitgeverij Servire).

 

Niets anders dan een zijn, een voelend zijn. Het leven beleven zoals het zich aandient, in vreugde en leed, bluts en buil. Vreugde en leed, bluts en buil zijn – opnieuw – kwalificaties die geen objectieve grondslag hebben en daarom ook voor iedereen een verschillende gevoelswaarde hebben en zelfs geheel overstegen kunnen worden tot het leven beleven zoals het is, in pure (g)eenheid van het wonderkind.

 

SYNTHESE (5.09) (G)EENHEID - Wonderkind (2).pdf (58,7 kB)