SYNTHESE (5.10) (G)EENHEID - Oorlog en vrede (1)

31-01-2014 20:07

 

 

 

SYNTHESE (5.10) (G)EENHEID – oorlog en vrede (1)

 

In de publicatie over bonobo's (Advaita en Wetenschap (9) werd gesteld dat agressie een positief aspect kent in de zin dat deze noodzakelijk is voor het voorkomen van vernietiging.

In elk van ons is de dualiteit opbouwen en vernietigen aanwezig.

 

Onder leiding van Peter Turchin is door een groep ecologische wetenschappers een historisch onderzoek gedaan naar de drijvende krachten voor de evolutie van de samenleving; dit onderzoek werd gepubliceerd onder de titel “ War and peace and war”; eveneens werd een wiskundig model ontwikkeld dat drieduizend jaar van deze ontwikkelingen in kaart bracht en aantoonde dat agressie (oorlog) een buitengewoon drijvende kracht voor de ontwikkeling van de samenleving vormde.

Zou bijvoorbeeld een stimulans tot vereniging van de staten van Europa op gang gekomen zijn zonder de nefast geachte Tweede Wereldoorlog en het Nazisme?

 

Deze wetenschappers namen als uitgangspunt dat de mensheid met name energie investeert in het ontwikkelen van gemeenschappelijke doelstellingen en instellingen onder invloed van uiterst vernietigende gebeurtenissen. Het bleek dat nieuwe militaire technologieën, welke hun impuls verkregen vanuit agressieve doelstellingen, door middel van oorlog zich konden verspreiden door het vernietigen van zwakke rijken en zo de weg konden effenen voor nieuwe samenlevingsmodellen.

 

Het beeld van de deeltjes die elkaar scheppen en vernietigen – zie Advaita en Kwantumfysica (2) – en de continu scheppende en vernietigende god Shiva – zie Advaita en Wetenschap (7.2) is niet alleen op micro-niveau en mythologisch niveau aanwezig, maar evenzeer op macro en kosmisch niveau. Met andere woorden : het is een inherent aspect van een nog diepere of achterliggende kracht. In de publicaties Advaita en Wetenschap (7.4) en (7.5), Synthese (4.13) en (5.09) werd deze kracht aangeduid als karma – in de oorspronkelijke betekenis van energie of scheppingskracht – of conatus in de terminologie van Spinoza.

 

Dit is evenwel geen pleidooi voor oorlogsvoering, maar slechts een vaststellen dat deze kracht onlosmakelijk verbonden is aan het worden; worden en verworden zijn, zoals reeds meerder malen eerder gesteld is, een paar van tegenstelling in een dualistisch perspectief.

Het fenomeen oorlog als een inherent aspect van het worden, stelt de actuele situatie voor de huidige mensheid in een scherp daglicht en werd helder verwoord in een opiniebijdrage van Chams Eddine Zaougui (Arabist en journalist) in De Standaard van 24 september jl.

Zijn mening is, dat terecht tegen het terroristisch geweld geageerd moet worden, maar dat evenmin de achterliggende oorzaak van dit geweld niet uit het oog verloren mag worden. Militaire represaille alleen is daarom geen oplossing, omdat zowel in Afghanistan als in Kenia de terreur voor de jongeren een optie tot overleven is in een samenleving die geteisterd wordt door criminaliteit en voedselschaarste. Een structurele oplossing ligt volgens de auteur in onderwijs en werk.

 

Heeft de Boeddha ook niet terecht opgemerkt dat eerst gezorgd moet worden voor een goede broodwinning en dat daarna de rest (geestelijke ontwikkeling ?) aan bod kan komen.

Of bevat de uitspraak van Jezus - “aan wie heeft [het geestelijke]zal gegeven worden en van wie niet heeft zal het weinige [het materiële] dat hij heeft afgenomen worden” (logion 41) - anders niet een dubbele bodem en zal dit “weinige” niet alleen bij de dood ontnomen worden, maar misschien reeds met geweld bij leven?

 

Als de Avadhuta Gita in vers 1.15 stelt dat “Eenheid en gescheidenheid bestaan niet in betrekking tot u noch tot mij.....alles is waarlijk het Zelf “ , dan is dit geldig voor ieder van ons, niet alleen ten opzichte van het Zelf (hoewel dit ten onrechte lijkt te suggereren dat het Zelf iets buiten ons is), maar óók ten opzichte van elkaar en alles. Dit zal dan inhouden dat hoe langer hoe meer, zoals bij de bonobo's, het beschikbare gedeeld moet worden en de grenzeloze, aarde uitputtende vergaring doorbroken gaat worden. Het zal echter de geaardheid van de specimen mens in acht genomen niet anders kunnen dan onder dwang – de vorm waarin is van veel externe factoren afhankelijk, maar dat dit op een agressieve wijze kan plaats hebben is alles behalve uitgesloten; dit is trouwens de teneur van de studie “ war and peace and war”. Het is utopisch te veronderstellen dat onderwijs en werk een voldoende drijfveer zullen vormen om tot een rechtvaardige (her)verdeling te komen, hetgeen gelet op het verleden, hoogst waarschijnlijk even geldig is voor om het even welke religie; het is trouwens zeer aannemelijk te veronderstellen dat bonobo's geen religie hebben en bijzonder intrigerend wordt dan de vraag hoe zij tot deze vorm van samenwerken hebben kunnen komen.

 

Oorlog en vrede zijn bijgevolg een tegenstelling die in alles aanwezig is en ook voor dit paar van tegenstelling zou het niet juist zijn het ene been te aanvaarden en het ander te verwerpen, hoezeer dit ook vanwege het onnoemelijk lijden dat dit met zich meebrengt gevoelsmatig moeilijk te aanvaarden is. Zoals voor elk paar van tegenstelling geldig is, geldt voor oorlog en vrede ook : (g)eenheid.

 

SYNTHESE (5.10) (G)EENHEID - oorlog en vrede (1).pdf (40,7 kB)