SYNTHESE (5.14) (G)EENHEID - latrelatie (1)

14-02-2014 19:29

 

 

SYNTHESE (5.14) (G)EENHEID – latrelatie (1)

 

In ons aards bestaan kan er twee aspecten van werkelijkheid onderscheiden worden. De werkelijkheid zoals wij die in het dagelijks leven ervaren (de relatieve werkelijkheid ) en de ware werkelijkheid achter deze relatieve werkelijkheid ( de absolute werkelijkheid.

In de relatieve werkelijkheid onderscheiden wij de dingen en binnen elk soort van ding ook veelal individuele verschillen. Beperkt door het fysieke lichaam is het op zich juist dat dit onderscheid gemaakt wordt, maar tegelijkertijd dient daarbij in het oog gehouden te worden dat deze diversiteit slechts manifestaties zijn van één en dezelfde Werkelijkheid.

 

Niet alleen betreft het hier dat alle verschijnselen uitingen van die ene Werkelijkheid zijn, maar ook dat deze elkaar wederzijds beïnvloeden. Een beïnvloeding op diverse niveaus – stoffelijk, psychisch en zelfs op subatomair vlak (zie Advaita en Kwantumfysica (3).

In de Avatamsaka Sutra (eerste eeuwen van onze jaartelling) wordt dit benoemd als het ervaren van een toestand van volkomen oplossing, waarin geen onderscheid meer bestaat tussen geest en lichaam, subject en object; een toestand van wederzijdse doordringing.

Door o.a. de filosofen en psychologen William James, Richard Bucke, Aldous Huxley en P.D. Ouspensky worden deze ervaringen – soms opgewekt door middel van een drug, soms op spontane wijze – eveneens beschreven. Soms stemmen hun ervaringen overeen met die van de Boeddha toen deze zijn grote verlichting verkreeg, namelijk het zien van voorgaande levens en het ontstaan van een universum. Of dit nu ervaringen zijn door een bewuste levenshouding of dat deze zich spontaan kunnen voordoen – vergelijk Suzannes poppenspel in De Clown (6) – doet niet zozeer ter zake. Het betreft hier een verschijnsel dat zich doorheen de tijd en door diverse personen ervaren en beschreven is. De conclusie van de kwantumfysica dat de waarnemer door diens waarnemen het waargenomen object beïnvloedt is hier van groot belang. Want daarnaast is of wordt hoe langer hoe meer het idee van het bestaan van een vaste materie verlaten en vervangen door een begrip dat er een veld van energie bestaat en dat wat zich aandient als een vastheid niets anders is dan een tijdelijke verdichting van dat veld. En deze “objecten” en de “deeltjes” waaruit deze bestaan scheppen en vernietigen elkaar. Dit scheppen en vernietigen ziet men niet alleen gebeuren op subatomair niveau, maar ook op de meer verdichte niveaus tot en met het uiterste van ons begrip : het universum.

Als de werking van dat veld van energie en de verdichte vormen nader wordt bezien, dan dringt zich op,door de wijze waarop het zich gedraagt evenals de verdichtingen daarin, dat het een karakter van bewustzijn heeft. Het volstaat naar de natuur te zien en het uitgestelde keuze experiment van John Wheeler, dat de basis voor de conclusie vormt dat de waarnemer door het waarnemen het waargenomen object beïnvloedt (zieAdvaita en Kwantumfysica (3).

 

Hoewel elk object op zichzelf schijnt te bestaan, is het in werkelijkheid in een onophoudelijke wisselwerking met het veld en alle daarin vervatte objecten. Living apart – in de relatieve werkelijkheid, together – in Werkelijkheid. Zen drukt dit als volgt uit: onderscheiden en toch niet onderscheiden. Dit feit wordt, door de enorme nadruk die het idee van een aparte en eigen identiteit heeft gekregen, schromelijk onderkend, met alle gevolgen van dien.

Wie eenmaal – hoe kortstondig en eenmalig ook – deze verbondenheid en inzijn in deze oergrond heeft ervaren koestert dit onverwoordbare “als een bed, als in een gebed, om de bedding in te ervaren waarin je duurzaam bent, dieper kunt vervloeien” (Luk Heyligen : “Ruimte scheppen”).

 

SYNTHESE (5.14) (G)EENHEID - latrelatie (1).pdf (38,2 kB)