SYNTHESE (5.15) (G)EENHEID - latrelatie (2)

17-02-2014 19:37

 

 

SYNTHESE (5.15) (G)EENHEID – latrelatie (2)

 

 

Suzanne :

 

De zin uit het gedicht van Luk (Synthese 5.14) ' als een bed, als in een gebed, om de bedding in te ervaren waarin je duurzaam bent ' brengt mijn ervaring met de pop (De Clown 6) weer helemaal voor ogen. Ik zou dit immens gevoel van mij geborgen weten, weten uit welke geborgenheid ik kom en naar welke geborgenheid ik terugkeer, waar ik eigenlijk nooit van gescheiden ben, dit gevoel van geborgenheid zou ik als clown willen overbrengen op de mentaal gehandicapte of dementerende mens. Als clown kan ik hen zó dicht benaderen – fysiek en psychisch – dat ik dit gevoel hen als het ware kan laten voelen. Zonder enige bewuste gedachte kan ik dat tot uitdrukking brengen, gewoon door het gevoel van geborgenheid te zijn, net zoals het idee van ' zonder te eren eer ik in hen de diepste essentie van mijzelf '.

Waarom ik mij zo met hen verbonden voel weet ik niet. Er is geen verband met mijn persoonlijke relaties, integendeel het is op een natuurlijke wijze gegroeid, zonder enige conditionering op grond van mededogen of naastenliefde of wat dan ook. Ik heb er geen enkele verklaring voor en zoek daar ook niet naar, het is nutteloos. Als soms iemand mij zegt 'daar doe je goed werk mee' dan meesmuil ik maar een beetje, er is geen gevoel van goed werk verrichten, maar ga dat maar eens iemand wijsmaken. Integendeel, zou ik het ontkennen, dan zou dit op onbegrip stuiten en zelfs misschien negatief geïnterpreteerd worden.

 

Dit gevoel van verbondenheid strekt zich niet op dezelfde natuurlijke wijze uit tot alle dingen; soms wordt mijn pogingen niet beantwoord, blijft iemand afstandelijk of in zichzelf gekeerd. Maar het is net als bij Arnold (Synthese 4.18) , wat weet ik van hen, wat heeft hen zo getekend zoals zij zijn in hun dementie? Waarom heeft een mens een verbitterde trek rond de mond gekregen of was er een erfelijke factor; wat weet een mens van een ander.....niets!

Wat heeft mij gemaakt dat ik mij zo aangetrokken voel tot hen, ik, die volmaakt onvolmaakte mens?

 

Will :

Als alles verbonden is met alles, als het veld van energie ondeelbaar en één is – en als Bewustzijn gezien zou kunnen worden – is het wellicht nog maar zeer de vraag of je kunt spreken van 'wat heeft mij gemaakt'. Dan krijgt ook de stelling van Spinoza, dat er geen doelgerichtheid is in de schepping en alles gewoon is wat het is, een hoog waarheidsgehalte. En als zodanig ben je gewoon in je zo-heid volledig volmaakt. De vraag 'wat heeft mij gemaakt' is in wezen de vraag 'wie ben ik'; een ik dat slechts bestaat bij de gratie van een geconditioneerd begrip en zoals alle begrippen de werkelijkheid niet kan weergeven. De consequenties hiervan zijn enorm. Allereerst de o.a. in Synthese (5.01) geciteerde zin uit vers 1.15 van de Avadhuta Gita : “Eenheid en gescheidenheid bestaan niet met betrekking tot u noch tot mij”. Met andere woorden, als je zegt dat alles één is, geef je aan dat er afzonderlijke verschijnselen zijn, als je zegt er is gescheidenheid geef je aan dat alles niet één is. Gewoon, je bént die Onnoembare en dus een volmaakte uitdrukking daarvan in je zo-heid.

 

Suzanne :

Soms schijnt het mij allemaal – ook al is het echt beleefd – toch zo onwerkelijk, alsof het een levensechte droom is. Tijdens een van mijn bezoeken als clown heb ik met nog twee clowns en een accordeoniste een vrouw met dementie op haar kamer bezocht. Terwijl zij zongen en speelden begroette ik haar, kuste haar, eenmaal en nog en zij beantwoorde heel bewust deze tedere begroeting! En terwijl ik haar gezicht zachtjes streelde en haar toefluisterde dat het goed was, zongen en speelden zij ingetogen verder in deze broze, ontroerende sfeer. Zoals ik een bloem ervaar en benoem en toch niet echt de werkelijkheid daarvan niet kan benoemen, zo kan ik evenmin deze ontmoeting niet echt benoemen en is deze als gedroomd.

 

Will :

Het leven als een droom ervaren zien wij in diverse tijden en filosofische strekkingen terugkeren. Boeddha, Plato, de oude Indiase Ariërs via de Upanishaden tot de Advaita (zie Essentie Ribhu Gita), de Bosjesmannen – 'er is een droom die ons dromen doet' – en... de Aboriginals”.

 

SYNTHESE (5.15) (G)EENHEID - latrelatie (2).pdf (64,5 kB)