SYNTHESE (5.20) (G)EENHEID - liefde (2)

14-03-2014 20:29

 

 

SYNTHESE (5.20) (G)EENHEID – liefde (2)

 

 

Suzanne :

 

Een van mijn weinige attributen is een in de kringloopwinkel gevonden clownspop – de Juleke – en een op de rommelmarkt gekochte poppenwagen. Tijdens een van mijn bezoeken bij een zorginstelling voor dementerenden ging ik met Juleke naast een man zitten – Frans. Terwijl ik Juleke hem met een kus liet begroeten, neemt Frans hem in zijn handen, begint Juleke te knuffelen, te kussen en op tedere manier tegen hem te praten, zoals bij een echte baby.

Dan legt hij Juleke in zijn arm en streelt heel zacht mijn hand! Het ontroert mij.... Een en al tederheid.

Later – Juleke is terug in zijn poppenwagen – kom ik terug bij Frans. Moeizaam, heel moeizaam komt hij recht en maakt een gebaar tot dansen, twee gespreide en geopende handen. In alle rust en tederheid vertrouwen wij ons aan elkaar toe, doen enkele stappen en dan.... strelen zijn handen zachtjes over mijn rug, er is alleen een eindeloze tederheid in dit zachte strelen en ik beantwoord met zachte streling over zijn rug. En wij dansen en dan voel ik zijn leven.......... gewoon als een volmaakte natuurlijkheid. Toch heb ik in alle tederheid deze innigheid zacht onderbroken.......”

 

Will :

 

Maar hoe plaats je dat tegenover je huidige partner?”

 

Suzanne :

 

Er was geen enkel fysiek of mentaal begeren, er was alleen het volmaakt natuurlijk reageren op een zijnstoestand, van twee mensen die een moment van eenheid beleefden, waarbij een onderscheid tussen geest en lichaam niet aanwezig was. Het lichaam respondeert dan volmaakt op de geest. Het ontbreken van begeerte wijst op de afwezigheid van het ego, het ego doet begeerte ontstaan, begeerte is een willen en inherent aan het ik.

Ik kan mij niet uitspreken of ik inderdaad op een andere plaats op een ander moment mij zou hebben kunnen geven, want er zijn zoveel factoren in het spel. Er is een ongelijkheid tussen het rationele bewustzijn van Frans en het mijne; er is inderdaad het vraagteken of mijn huidige partner dit zou hebben kunnen begrijpen, mentaal én emotioneel. Er is ook het vraagteken van begrip door zijn en mijn omgeving.

Maar ikzelf, als ik in mijn hart zie, voelde ik toen beslist niet enige weerstand.”

 

Will :

 

In dit verband zijn er wellicht enkele verzen bijzonder relevant, namelijk :

 

.....zijn geest verstoken van onderscheid, is hij zuiver noch onzuiver....en zelfs wat gebruikelijk is verboden, is voor hem toelaatbaar (Avadhuta Gita vers 2.39).”

 

De wijze verricht vrijelijk wat dan ook zich voordoet, hetzij goed of kwaad; zijn handelen is als dat van een kind ( Ashtavakra Samhita vers 18.49).”

 

Kun je je hierin terugvinden Suzanne?”

 

Suzanne :

 

Dit beantwoord beslist geheel en al aan mijn gevoelen van dat moment; ik besef echter heel goed dat het een zijnstoestand van een moment was en geen aanhoudende staat, zodat in een andere situatie of op een ander moment, zelfs tegenover Frans, de gangbare ethische codes ook voor mij geldig zijn.”

 

 

 

Dit gesprek met Suzanne weerspiegelt een staat van zijn waarin een elkander eren zonder te eren, een liefde zonder liefde bestaat; een benoemen van het handelen kan niet weergeven wat er ervaren werd. Een dergelijk handelen gaat voorbij de relatieve rationele werkelijkheid zoals die in het dagdagelijks leven ervaren wordt.

Opnieuw is dankbaarheid tegenover Suzanne dat zij dit zo vrijelijk heeft willen delen meer dan op zijn plaats. Dank je wel Suzanne!!!

 

SYNTHESE (5.20) (G)EENHEID - liefde (2).pdf (55,5 kB)