HET WONDERLIJK LICHAAM (8) Pijn

23-05-2013 06:13

Bij pijn dienen gedachten en gevoelens zich aan,

drijfveren van waaruit we spreken en doen,

afweermechanismen, identificaties, reactiepatronen,

premissen over hoe het moet en hoe het zeker niet mag.

 

Zoals een moeder naar haar kindje kijkt:

   Wat is er aan het gebeuren bij haar kind?

Ze houdt het tegen haar hart en koestert het.

 

In het licht van die warmte,

die niets wegduwt, niets uitvergroot,

lost de greep van angst, weerstand en inkapseling,

wordt een gebeuren langzaamaan doorleefd tot vruchtbare ervaring.

Gina

 

 

Wanneer het ontwaakt

 

Er leeft in mij een kind

dat wanneer het ontwaakt

zichzelf is, wervelend

danst en zoemend bezingt

wat het ziet, raakt, voelt, hoort

Het weet zich in 't licht en

kent de vrede omdat

het alles bemint van

binnenin, doorheen de pijn

niet bang is van wat leeft

het dier niet, 't donker niet

't is het broederzuster

van nog zoveel, van jou

Dat weet je als je weer weet

Wie ben ik, wie is dat kind

 

Er leeft in mij een kind

dat meer is dan mijn schijn

en minder dan het beeld

het danst in het licht dat

zoemend zingt, bewegend

leeft in ruimten waarin

alles wortelt, waaruit

alles herbegint en

vrij zich uit in 't levend

woord, 't gratieus gebaar

de onbedwongen klank

de nieuwe vorm, de mens

in naakte onschuld weer

herboren, tijdloos nu

Dat voel je als je weer weet

Wie je bent,

wie is dat kind in mij

 

Luk Heyligen

 

HET WONDERLIJK LICHAAM (8) pijn.pdf (18,7 kB)